Lab

De salon (II/II)

19 Jan 2014

Leider ist der Eintrag nur auf Amerikanisches Englisch verfügbar. Der Inhalt wird unten in einer verfügbaren Sprache angezeigt. Klicken Sie auf den Link, um die aktuelle Sprache zu ändern.

Nanda Janssen

Nanda Janssen | Ik dacht hier uit te pakken met een blog over salonachtige activiteiten in private woonkamers maar ik kom erachter dat veel salons buiten huiselijke kring plaatsvinden. De salon is de laatste jaren ruimhartig geadopteerd door musea en andere kunstinstellingen. Kunstinstellingen zijn voortdurend op zoek naar nieuwe presentatievormen. In dat licht besprak ik eerder al het lab / de werkplaats. De salon is een andere loot aan die stam. Dit wordt dus niet zozeer een verhaal over woonkamers maar een over salons.

Susanne Kriemann heeft verschillende salons op haar naam staan. De salons van AIR Berlin Alexanderplatz komen voort uit de woonkamersalons die zij en haar echtgenoot Aleksander Komarov organiseerden toen de residency nog hun woning was (2009-2010). In Kriemanns optiek is de salon iets waar je niet enkel consumeert maar waar je daadwerkelijk met elkaar van gedachten kan wisselen, zonder er een kater aan over te houden! De inhoud staat centraal. Hun salons zullen trouwens letterlijk horizon verbredend zijn geweest gezien het fenomenale uitzicht dat deze plek biedt op Berlijn.

Dit terzijde. Kriemann is ook de initiator van de salon ‘The Library/The Quarry’ op de Jan van Eyck Academie in Maastricht. Als adviseur legt zij atelierbezoeken af bij de kunstenaars, dichters en ontwerpers. De book salon ontstond uit de behoefte iets te organiseren dat raakt aan ieders interesseveld en uit enthousiasme voor de aanwezige bibliotheek. Tijdens de book salons houden verschillende Jan van Ecyk-betrokkenen een presentatie rond een auteur, ontwerp(er) of boek. Geen presentaties met beamers en powerpoints maar vertellend vanuit de eigen fascinatie, met het boek in de hand. Annet Perry, de bibliothecaresse, vertelde bijvoorbeeld over de catalogi die Wim Crouwel in de jaren zestig voor het Stedelijk Museum ontwierp en liet die boeken rond gaan. Tijdens de tweede editie in januari zullen de deelnemers ook spontaan ‘boekbesprekingen’ inbrengen.

The Library/The Quarry, 20 november 2013, Jan van Eyck Academie, Maastricht

De woonkamer is niet langer de uitgelezen salon locatie
Er is nog een andere salon op de Jan van Eyck: het What If Lab. De zes leden nemen ieder een introducé mee zodat een gemêleerd gezelschap ontstaat van kunstenaars, wetenschappers, schrijvers, musici en andere lieden. Yeb Wiersma, een van de initiatiefnemers, noemt het soms een salon, soms niet. Met de verwijzing naar de huiskamer en het daarmee gepaard gaande naar binnen gekeerde karakter kan ze niet goed uit de voeten. De salon vindt derhalve plaats op het neutrale en openbare terrein van de academie. Ook worden natuur- en wetenschappelijke excursies buiten de deur ondernomen. Voor salon organiserende individuen is de woonkamer dus niet meer de vanzelfsprekende locatie. Ook Koehorst in ’t Veld verkiest het atelier boven de woning als locatie voor de salon. Thuis gaat het ineens over de representatie van jezelf vinden zij. Gezien het professionele karakter van hun Salon Dictionnaire ligt de studio inderdaad meer voor de hand als locatie. Voor mijn eigen salon, dat een meer vriendschappelijk karakter heeft en waarvoor uitgebreid gekookt wordt, is de woonkamer weer wel de uitgelezen plek.

‘terug naar de basis’-salons
Kunstenaar Maria Guggenbichler houdt op onregelmatige basis haar woonkamersalon Soup for the Night. Ze merkt dat de term salon mensen over de streep trekt naar de Bijlmer te komen. Guggenbichler volgt geheel haar eigen voorkeuren door mensen die zij interessant vindt uit te nodigen voor een bijdrage. Mensen die volgens haar geen plek hebben binnen het officiële kunstcircuit. Het adagio van zowel Soup for the Night, The Library/The Quarry en het What If Lab is om dicht bij de persoonlijke interesse te blijven.

Er schuilt ook iets anti-institutionairs in deze salons. Lezingen en debatten in de grote instituten zijn steeds meer naar een bepaald format gegroeid. Sprekers met indrukwekkende cv’s geven het stempel van goedkeuring aan het instituut en vice versa. Vanachter het katheder en gewapend met audiovisuele techniek wordt de zaal toegesproken. Op een bepaald moment leek het alsof we elkaar zonder microfoon niet meer konden verstaan en zonder powerpoint elkaar niet meer begrepen. In een aantal salons wordt teruggekeerd naar de basis door de techniek en de statusangst buiten de deur te zwieren en te vertrekken vanuit persoonlijke interesse. In het geval van Maria Guggenbichler en Yeb Wiersma lijkt de salon ook voort te vloeien uit hun werk. Kunst die zich op allerlei plekken voltrekt en ontmoetingen tot stand brengt.

Maria Guggenbichler, Soup For The Night met Eva Weinmayr, 2013, Amsterdam

Salon als containerbegrip
In kort bestek zijn allerlei invullingen van de salon aan de orde gekomen. De huidige salons zijn geëvolueerd naar de wensen en vereisten van deze tijd. Hoe ruim de term ook is opgerekt, wil een activiteit een salon zijn dan zullen er een of meer van de volgende aspecten aan bod moeten komen: uitwisseling, intimiteit, inhoud & diepgang, continuïteit, interdisciplinariteit en cultuur. De culinaire omlijsting en de locatie blijken secundair. Toch vind ik het onderscheid tussen een salon enerzijds en een lezing, debat, presentatie, diner of borrelavond anderzijds niet altijd even scherp. Niet dat ik recht in de leer ben maar enig purisme is nodig om vervlakking van de term te voorkomen. Wat is er bijvoorbeeld daadwerkelijk zo salonnerig aan het programma van SSBA Salon van Stadsschouwburg Amsterdam en is de Twenthe Salon van Rijksmuseum Twenthe niet gewoon een matinee? Net als bij het lab/de werkplaats is salon ook een hip woord en een marketingtool, voor zowel kunstinstellingen als salonorganiserende particulieren.

Binnen het rijke aanbod van lezingen, debatten en presentaties is salon het toverwoord dat reliëf creëert en het blasé publiek alert houdt. De salon is the next best thing, daar moet je een keer naartoe. De Franse term geeft instant grandeur en legt gewicht in de schaal. Het is immers niet zomaar een etentje of bijeenkomst. Tijdens salons gaat intellectuele uitwisseling gepaard met vrolijkheid en losheid. Het trekt bezoekers over de streep om wel naar de Bijlmer of waar dan ook af te reizen en geeft de organisator het duwtje in de rug om bepaalde mensen uit te nodigen.

Succesfactoren van de salontrend
Het is te makkelijk de huidige salon opleving uitsluitend als een trend af te doen. Daarmee ben je er nog niet. Welke aspecten maken de salon zo aantrekkelijk? De vermeende intimiteit? Het nostalgische sentiment? Het is opvallend dat velen verwijzen naar de luisterrijke historie van de salon terwijl ze, als je doorvraagt, die geschiedenis amper kennen. Die zweem van historie blijkt aantrekkelijk. Door salons te organiseren of frequenteren geef je blijk van historisch bewustzijn en plaats je jezelf in de geschiedenis. Mogelijk hopen we onbewust dat de glans van de illustere voorgangers op ons afstraalt. Misschien denk ik met mijn salon wel de Gertrude Stein van de 21ste eeuw te worden.

Quinsy Gario als dichter T. Martinus tijdens N8 2013 – in de salon van de ‘onderduiketage’ van Castrum Peregrini waar tijdens WOII de kunstenares Gisèle woonde en onderdak bood aan Joodse en niet-Joodse onderduikers

Salons passen in de do-it-yourself- en kleinschaligheidstrend. Salons waren van oorsprong besloten en vonden plaats in kleine (huiselijke) kring. Alhoewel de salon intussen de white cube is binnen geloodst, kleeft er nog steeds dat aura van intimiteit aan. Een kunstinstelling kan met publieke gelden moeilijk besloten evenementen organiseren, maar door salons te programmeren kom je indirect toch aan deze behoefte tegemoet. Salons geven een gevoel van kleinschaligheid, zelfs als er honderd mensen op afkomen. Alhoewel het openbaar is, denken we tegen beter weten in toch onder elkaar te zijn. Een soort openbare intimiteit. Des te opmerkelijker vind ik het dat, een schaal groter, ook musea de salon ontdekt hebben. Dat salons ook elitair waren is in de vertaling naar het heden verloren gegaan. Sterker nog, salons stralen momenteel iets democratisch uit.

Toen salons ontstonden, bestonden er nog geen kunstinstellingen. Mogelijk brengen de bezuinigingen en de daaruit voortvloeiende sluiting van instituten en het soberder programma van bestaande instellingen een introspectief proces op gang. De salon komt in beeld doordat we zoeken naar modellen voor uitwisseling en contact en terugkijken naar de tijd voordat er kunstinstellingen waren en voordat de overheid zich met cultuur bezighield. De sluiting van het CBK Utrecht heeft mij er bijvoorbeeld mede toe aangezet een salon te starten.

De invloed van sociale netwerken op de salons is onmiskenbaar. Nu we digitaal met iedereen in verbinding staan, willen we dat ook in het echt. En als we gewend zijn onze maaltijden (Thuisafgehaald), gereedschap (Peerby), muziek (Spotify) en interesses (FB, Pinterest) te delen met wildvreemden is het niet zo vreemd dat we ook onze gedachten en opvattingen willen uitwisselen. Yeb Wiersma wees er terecht op dat het persoonlijke binnen de werkcontext steeds meer naar voren schuift. Op Facebook word je overspoeld door berichten van galeries, musea en kunstenaars over hoe een werk wordt opgebouwd, over de persoon achter het werk en over de druk bezochte opening. Je moet goed zoeken om het werk zelf terug te vinden. Facebook is ook een soort salon, een huiskamer waar het persoonlijke zich moeiteloos vermengt met het professionele.

Salon van de Imaginaire Kunsten 3 – Tempels, Tuinen en Talismannen, 16 november 2013, Huize Frankendael, Amsterdam

Afbeelding boven: Maria Guggenbichler met de invités Anna Frei, Margit Säde, Rosalie Schweiker, Romy Rüegger, Soup For The Night, 2013, Amsterdam